Logo Het Palet

Logo Het Palet
Basisschool Het Palet

zondag 5 februari 2012

Voorbeeldles Onderzoekend Leren

Voorbereiding (1 week): verzamel een heleboel ballen van alle vormen en maten in de klas en benadruk dat jullie er in de klas mee gaan experimenteren. Leerlingen kunnen deze van thuis meenemen, U heeft er zelf misschien nog een paar of ze zijn op school aanwezig.
De les kan ook opgedeeld worden en verspreid over meerdere lessen. Belangrijk is dan iedere nieuwe les even door de leerlingen samen te laten vatten wat er al gedaan is en wat er geleerd is.

Instructie (5 min.): u vertelt dat de leerlingen gaan kennismaken met stuiteren en dat de manier waarop de verschillende ballen stuiteren (hoog/laag welke kant, hoe hard) geen toeval is. Dat je die zelfs zou kunnen meten.
Eventueel maakt u enkele gedragsafspraken wanneer u vreest voor de plafondplaten.

Uw taak bij het zevenstappenmodel: de eerste keren dient u de stappen natuurlijk even nader te verklaren. U hebt groepjes gemaakt, materialen zijn binnen handbereik en de voorwaarden voor de les zijn aanwezig. Eventueel kunt u aspecten van coöperatief leren in de instructie verwerken. Tijdens de fases kunt u rondlopen en wat inventariseren zonder daaraan een waardeoordeel te koppelen. Geef de leerlingen zoveel mogelijk zelfstandigheid. Wanneer leerlingen zeggen ‘wij zijn al klaar!’, prikkel ze dan om hun tijd te benutten.

1. Confrontatie (5 min.): alle ballen liggen bij elkaar in een bak of leerlingen lopen ermee rond. Hierdoor kan iedereen de verschillen en overeenkomsten in ballen, textuur, vorm, inhoud. Leerlingen mogen over hun ballen praten en vragen stellen aan anderen.
2. Verkennen (5 min.): de leerkracht inventariseert op het bord welke factoren het stuiteren van een bel beïnvloedden (deze factoren zijn terug te vinden in de PowerPoint die bij dit lesidee hoort). Leerlingen mogen in de gemaakte groepjes met hun eigen of de door de leerkracht verdeelde ballen gaan experimenteren. Het is voor iedereen duidelijk dat in deze fase iets bedacht wordt dat onderzocht gaat worden. Leerkracht doet een stap terug en laat de leerlingen aanrommelen. Aan het einde inventariseert hij/zij bij leerlingen de vragen. Deze worden ook opgeschreven in het logboek.
3. Opzetten experiment (10 min.): leerlingen verzamelen de materialen die ze nodig hebben voor hun experiment, bedenken hoe ze eerlijk gaan meten en bedenken in welke stappen ze het experiment gaan uitvoeren. Ook dit wordt vastgelegd. De leerkracht kan experimenten sturen door klassikaal uit te leggen dat ze in hun logboek antwoord moeten geven op de vragen ‘wat verander je?’, ‘wat meet je?’, en ‘wat blijft hetzelfde?’.
4. Uitvoeren experiment (10 min.): het experiment wordt uitgevoerd en de resultaten worden geordend. Er wordt waargenomen, vergeleken, genoteerd. Geprobeerd en geconstateerd. U kunt het beste een klein beetje informeren of sturen om de leerlingen niet teveel nieuwe dingen te laten bedenken maar antwoord te laten geven op de vooraf geformuleerde onderzoeksvraag (of vragen).
5. Concluderen (5 min.): alles wordt voor zover dat nog niet gedaan is genoteerd in het logboek. Dan worden er een aantal conclusies getrokken over de inhoud. Dus niet ‘bal A komt niet zo hoog als bal B wanneer ze even hard gegooid zijn’, maar juist waaróm die dan niet even hoog komen. Voor extraverdieping kunt u de leerlingen de resultaten in een tabel én een grafiek laten noteren (zie PowerPoint). De grafiek mag ook losjes getekend zijn, het gaat om de resultaten die overzichtelijk worden weergegeven.
6. Presenteren/communiceren (5 min. per groepje): dit is geen officiële zware presentatie. De leerlingen komen voor de klas met een presentatie op een flap (of niet) en vertellen wat hun vragen waren, waarom ze dat graag wilden weten, wat ze hebben gedaan om te onderzoeken (materialen, eerlijke meting) en wat ze geconcludeerd en waargenomen hebben. Eventueel kunnen leerlingen ook hun leerwinst benoemen.
7. Verdiepen (? Min.): leerlingen met overeenkomstige of juist totaal andere experimenten kunnen met elkaar in discussie gaan over de uitslag. De resultaten en proeven worden dan met elkaar vergeleken en er wordt gereflecteerd (‘was onze manier dan wel eerlijk?’). Ook kunt u als leerkracht zelf verdieping in de les brengen, door de klas te vragen met een definitie van stuiteren te komen of te vragen wat we nu kunnen met wat we te weten zijn gekomen. De (deels begeleide) discussie komt dan vanzelf op gang.
Afsluiting (5 min): u vat samen wat er is gebeurd, welke stappen doorlopen zijn en hoe het proces verliep. U somt de leerwinst op (‘we weten nu dat…want…’) en verklaart begrippen. Eventueel spreekt u de leerlingen positief aan op hun zelfstandigheid/betrokkenheid/andere opvallende zaken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen