Logo Het Palet

Logo Het Palet
Basisschool Het Palet

zondag 5 februari 2012

Observatie-instrument

Voordat u als leerkracht begint met OOL-lessen, is het belangrijk dat u op de hoogte bent van de rol van de leerkracht daarbij. Over het algemeen wordt er iets meer zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerlingen verwacht dan gebruikelijk, maar bent u als begeleider wel noodzakelijk.

Volgens Graft & Kemmers (2007) is het belangrijk dat de leerkracht tijdens de instructie prikkelt en uitdaagt. Begrippen die de leerlingen tegenkomen mogen pas uitgelegd worden nadat er ervaring mee is opgedaan. Dit kan de leerkracht doen tijdens de afsluiting van de les. Wat wel een omslag is; de meeste leerkrachten stellen zelf de vragen, leerlingen zijn meestal niet gewend om kritische vragen te stellen ver de inhoud. Bij OOL moeten leerlingen dit zelf doen (niet: wanneer moet het af, is het zo goed?) maar (hoe werkt het dan als dat tandwieltje gaat draaien? wat gebeurt er dan als ik er dit bij doe?). Wanneer leerlingen een verkeerde conclusie trekken of iets onwaars voor feiten aannemen, dient de leerkracht daarop in te springen. Van ‘foute’ zaken kunnen de leerlingen veel leren. De leerling kan dan zijn/haar denkproces uitleggen, waardoor de echte feiten beter begrepen kunnen worden.

Ook in discussie gaan over feiten kan veel leerwinst opleveren. Tijdens een groepsdiscussie dient de leerkracht te bewaken dat iedereen aan de beurt komt en dat de doelen worden bereikt (dus de discussie niet afdwaalt). De leerkracht honoreert de inbreng, vat de uitleg van leerlingen samen en bakent af. Het herformuleren van wat kinderen zeggen kan door vragen te stellen, antwoorden te geven, de mening van de leerling als stelling in de groep te gooien, vragen of dit is wat de leerling bedoelt, vragen of anderen het hiermee eens zijn of een daarvan afgeleid idee inbrengen. Om dit proces te bewaken dient de leerkracht wel als gespreksleider op te treden (eventueel kan dit bij structureel discussiëren ook aan leerlingen overgelaten worden).

Fisser (2009) en Simmelink (2008) tonen aan dat er niet voldoende geëxpliciteerd is over de rol van de leerkracht. De beschrijving vanuit het SLO kan breed opgevat worden. Dat was het startpunt voor de masterthesis van Veneklaas (2009). Zij ontwierp door het naast elkaar leggen van theorieën over OOL een observatie-instrument voor leerkrachtgedrag. De richtlijnen voor leerkrachtgedrag dat aansluit bij OOL zijn duidelijk en observeerbaar gemaakt.

Leerkrachten hoeven bij OOL niet op niveau te differentiëren, maar op interesse en manier van leren (Graft & Kemmers, 2007). Hierbij kunnen de leerstijlen van Kolb een rol spelen (is een leerling iemand die eerst denkt en dan doet, of juist iemand die waarnemingen pas achteraf verklaart?) en meervoudige intelligenties van Gardner kunnen bij techniek prima tot zijn recht komen. De één staat meer open voor de technische begrippen en de betekenis ervan, de ander berekent graag conclusies, etc. De leerkracht kan differentiëren door in te spelen op interesses (zo kunnen ook groepjes gemaakt worden) en manieren van leren, door de leerlingen deze te laten verwoorden en te kijken bij welke activiteit dat het beste past.

Tips voor gesprekken vanuit OOL:
  1. Blijf stil, zodat de leerlingen meer tijd krijgen hun inbreng te plannen
  2. Praat zelf minder (niet na iedere beurt en zelf geen lange beurt nemen)
  3. Geef luisterresponsen (knikken, herhalen, oogcontact bewondering, etc.)
  4. Speel vragen en reacties door naar andere gespreksdeelnemers
  5. Wees nieuwsgierig
  6. Accepteer de kijk van de leerlingen
  7. Gebruik betekenisonderhandelingen (stel vragen en trek daarna de conclusie: ‘dus we zijn het erover eens dan het dit betekent…’
  8. Herhaal de bijdrage van een leerling
  9. Herhaal eens met een bewering in plaats van een vraag
Te observeren houdingsaspecten bij leerlingen zijn de cognitief kritische houding, de nieuwsgierige houding, de creatieve vaardigheid en de sociaal-emotionele vaardigheid. De leerkracht dient het waargenomen gedrag te observeren.

Bij OOL wordt de klas gezien als ‘leergemeenschap’. Dat wil zeggen dat er derde orde leren plaatsvindt (de manier van werken is dan zo ingebed dat kinderen niet meer anders weten) en dat leerlingen van en met elkaar leren. Om een leergemeenschap te kunnen zijn, dient het pedagogisch klimaat en het klassenmanagement op de volgende manier vormgegeven te zijn (Graft & Kemmers, 2007):

  1. Veilig klimaat in de klas en de school
  2. Ga ervan uit dat leerlingen willen leren (uit zichzelf)
  3. Vertrouw op je eigen pedagogische deskundigheid
  4. Toon een nieuwsgierige en kritische houding
  5. Luister naar wat kinderen zeggen
  6. Doseer wat je zelf wilt en denkt
  7. Geef leerlingen ontwikkelruimte
  8. Geef leerlingen inzicht in hun sterke en aandachtspunten en stimuleer het werken aan de aandachtspunten
  9. Maak iedere les ongeveer 5 minuten aantekeningen over het gedrag van enkele leerlingen
  10. Leer samen met de kinderen
De handelingen van de leerkracht en de mate waarin deze OOL zijn is vast te leggen. Veneklaas (2009) heeft hiervoor een observatie-instrument en een handleiding ontworpen. Klik hier om dat te bekijken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen